Goudvink
Goudvink (Pyrrhula pyrrhula)


Uiterlijk
De goudvink wordt ongeveer 15 tot 18 cm groot. Het mannetje heeft een felrode borst en buik, een zwarte kop en een grijze rug. Het vrouwtje is bruingrijs aan de onderzijde. Beide geslachten hebben een stevige zwarte snavel, witte stuit en zwarte vleugels met een lichte vleugelstreep.
Voedsel
Het voedsel bestaat voornamelijk uit zaden, knoppen, bessen en jonge scheuten. In het voorjaar eten goudvinken ook bloemknoppen van bomen en struiken. Tijdens de broedtijd worden daarnaast insecten aan de jongen gevoerd.
Leefgebied
De goudvink leeft in naald- en gemengde bossen, bosranden, parken, boomgaarden en grote tuinen met veel struiken. Hij geeft de voorkeur aan rustige, structuurrijke gebieden met voldoende dekking.
Nestbouw
Het nest wordt laag in een dichte struik of jonge boom gebouwd. Het bestaat uit fijne takjes, worteltjes en mos en wordt afgewerkt met zacht plantenmateriaal. Het vrouwtje legt meestal vier tot zes eieren en verzorgt het grootste deel van het broeden.


Verspreiding
De goudvink komt voor in grote delen van Europa en Azië. In Nederland en België is hij een vrij algemene broedvogel, vooral in bosrijke gebieden. Noordelijke populaties trekken in de winter deels naar zuidelijkere streken.
Populatie
De goudvink staat wereldwijd op de Rode Lijst van de IUCN als niet bedreigd. De populatie is over het algemeen stabiel, al kunnen lokale aantallen schommelen door veranderingen in leefgebied en voedselaanbod.
Vijanden
Roofvogels, katten, marters en kraaiachtigen behoren tot de belangrijkste natuurlijke vijanden. Vooral nesten en jonge vogels zijn kwetsbaar tijdens de broedtijd.
