Wielewaal
Wielewaal (Oriolus oriolus)


Uiterlijk
De wielewaal wordt ongeveer 22 tot 25 cm groot. Het mannetje is helder geel met zwarte vleugels, staart en oogstreep. Het vrouwtje en jonge vogels zijn groengeel met een licht gestreepte onderzijde. Beide geslachten hebben een roodachtige snavel en rode ogen.
Voedsel
Het voedsel bestaat voornamelijk uit insecten zoals rupsen, kevers, hommels en vlinders. In de nazomer eet de wielewaal ook bessen, kersen en andere vruchten. Hij zoekt zijn voedsel vooral hoog in bomen en vangt soms insecten in de vlucht.
Leefgebied
De wielewaal leeft in loofbossen, populierenbossen, rivierbossen, boomgaarden en grote parken met oude bomen. Hij geeft de voorkeur aan rustige, boomrijke gebieden, vaak in de buurt van water.
Nestbouw
Het vrouwtje bouwt een diep, komvormig nest dat als een hangmat tussen een horizontale boomtak wordt gevlochten. Het nest bestaat uit gras, bastvezels en plantenmateriaal en wordt afgewerkt met mos en korstmos. Meestal worden drie tot vijf eieren gelegd.


Verspreiding
De wielewaal broedt in grote delen van Europa en West-Azië. In Nederland is hij een vrij schaarse zomervogel die vanaf mei aanwezig is en in augustus of september weer naar tropisch Afrika trekt om te overwinteren.
Populatie
De wielewaal staat wereldwijd als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN. In Nederland is de soort echter sterk afgenomen en staat hij op de Nederlandse Rode Lijst. De laatste jaren lijkt de populatie zich lokaal voorzichtig te herstellen.
Vijanden
Eieren en jongen worden belaagd door kraaiachtigen, marters en roofvogels. Daarnaast vormen verdroging, verlies van geschikt leefgebied en het verdwijnen van oude loofbossen belangrijke bedreigingen voor de soort.
Bijzonderheden
De wielewaal is de enige vertegenwoordiger van de familie van de wielewalen die in Nederland voorkomt. Door zijn tropisch ogende kleuren wordt hij vaak de mooiste zangvogel van Nederland genoemd. Ondanks zijn felle verenkleed is hij tussen de bladeren verrassend goed gecamoufleerd.
